Dorstige vinken

Na een lange, natte periode is het nu al weken droog. En dat merken we meteen in de vogelhutten op de Utrechtse Heuvelrug. Waar vogels eerder vooral voor het voer kwamen, komen ze nu massaal naar het water. De vijver trekt nu vogels aan als een magneet – om te drinken en/of om te badderen. Vele soorten laten zich dan ook zien: van de grote havik tot de kleine goudhaantjes.

Ook van de grote familie van de vinken zien we altijd wel de volgende drie soorten als het zo droog is: de vink, de goudvink en de appelvink. Ze vallen niet alleen op omdat ze ‘vink’ in hun naam dragen, maar ook omdat ze elk hun eigen prachtige verenkleed en karakter hebben.

De vink
De gewone vink is misschien wel de meest algemene van de drie, maar als je goed kijkt, is hij allesbehalve gewoon. Vooral de mannetjes zijn in het voorjaar prachtig getekend, met een blauwgrijze kop, een roodbruine borst en contrasterende vleugels. Ze zingen met overtuiging: een herkenbaar, golvend riedeltje dat eindigt in een korte uitsmijter.
Ze komen meestal in groepjes tegelijk.

De goudvink
De goudvink is precies het tegenovergestelde. Geen uitbundige zanger, geen snelle bewegingen. Eerst hoor je een zacht fluittoontje uit de verte – bijna alsof iemand op een glazen randje blaast. Dan lijkt het even stil te worden. En ineens zit hij daar, vlak voor je neus, zonder aankondiging.
De mannetjes hebben een opvallend zalmroze borst en een zwarte kap, de vrouwtjes zijn subtieler gekleurd. Ze komen hier niet op voer af, maar het water trekt ze wél. Het voelt altijd als een cadeautje als ze even blijven hangen.

De appelvink
En dan is er nog de appelvink. Fors gebouwd, met een opvallend dikke snavel waarmee hij moeiteloos kersenpitten kraakt. Alles aan deze vogel oogt stevig: zijn bouw, zijn kop, zelfs zijn manier van vliegen. Je hóórt hem aankomen – een paar korte, metaalachtige ‘ptsik’-geluidjes verraden zijn komst. Zijn vleugelslag is zwaar, en het landen lijkt soms meer op neerploffen dan op netjes landen.
De appelvink komt wél op voer af, vooral op zonnebloempitten. Maar in deze droge periode zie je hem vaak bij de vijver, waar hij drinkt en baddert met een zekere onhandigheid die tegelijk aandoenlijk is. Een indrukwekkende verschijning, en ook niet te beroerd om met zijn enorme snavel zowel soortgenoten als andere soorten te bedreigen en weg te jagen.